Roos van Hassel

Roos van Hassel heb ik zien opgroeien in de Bredestraat. Ik herinner me hoe zij samen met haar broertje voor het huis zat met wat spulletjes, uitgestald op een kleed. Wat was dat leuk en nieuw in deze straat. Natuurlijk ben ik toen iets bij deze ondernemende kinderen gaan kopen. Sinds een paar maanden weet ik dat zij op reis gaat. Zij vertrekt, samen met haar moeder en partner en haar zusje, voor ongeveer 3 maanden naar Montenegro. Roos is 18, zo heerlijk jong nog en ik vroeg me af wat de coronatijd voor haar heeft betekend en of ze uitkijkt naar de reis. Toen ik afscheid ging nemen en een interview voorstelde, vonden Roos en haar moeder dit allebei meteen een geweldig idee. Het gesprek hadden we diezelfde dag. Op het moment dat je dit interview leest is Roos al vertrokken. 

Weet je nog hoe oud je ongeveer was toen je hier kwam wonen?  Naar welke school ging je, en heel belangrijk, waar speelde je zoal hier in de buurt?
Ik ben hier naar de kleuterschool gegaan, dus ik denk vanaf vier jaar. Ik ging naar De Troubadour. Om te spelen ging ik bijna altijd naar de boom op het speelveld hier in de straat. Onder die boom kon ik spelen alsof ik in een huisje woonde, dat vond ik erg leuk. De takken kwamen tot aan de grond, dus je kon er jezelf onder verbergen. Ook ging ik vaak naar Bart en Anneke Spijkers die toen nog hier in de straat woonden. Daar ging ik in de tuin stenen zoeken om te kijken of er een kristalletje in zat of glitters. Ik ging ook veel buiten spelen om vriendjes en vriendinnetjes te zoeken. Dat veranderde toen ik naar de middelbare school ging.                                                                 

Van je moeder hoorde ik dat 2020, het nare coronajaar, erg moeilijk voor je geweest is. Wil je daar iets over vertellen?
Ja, dat was echt een heel vervelend jaar voor me. Ik leefde in een soort tweede wereld. ’s Nachts leven en overdag slapen. Ik stond dan om vier uur ’s middags pas op. Ik wilde er niet over vertellen maar ik zat ’s nachts steeds te gamen. Het echte leven boeide me niet meer. Ik ben van nature erg gevoelig en sloot me helemaal op in mezelf. Dit had erg veel impact op de rest van de familie.

Hoe kwam je weer uit die periode?
In het begin had mijn moeder het niet zo in de gaten. Ze dacht dat het laat opstaan bij de puberteit hoorde, toen ze in de gaten kreeg dat het toch wel erger was dan dat, greep zij in. Ze maakte een afspraak met een psychologe en daar ging ik een paar keer in de week heen. Mijn telefoon werd afgepakt en er werden duidelijke afspraken gemaakt over dat gamen. Ik mocht het enkel af en toe nog overdag doen. Nu kan ik het gamen heel goed zelf afkappen, soms voel ik wel dat ik door zou willen spelen maar dan doe ik het niet.  
Ik heb vakantiewerk gedaan bij kapsalon Vollebergh in Den Bosch. Als ik thuis kwam voelde ik me heel voldaan, omdat ik iets had kunnen doen voor andere mensen, die daar dan blij van werden. Dit voldane gevoel heeft me ook erg goed geholpen, het maakte het gamen minder aanlokkelijk en ik was er na het werk gewoon te moe voor. Het werk gaf me structuur en dat was fijn.  

Als ik het goed begrepen heb wil je dus kapster worden?
Kapster worden is eigenlijk tweede keus. Het liefst wil ik zingen, dansen en muziek maken, de theaterwereld in. Omdat ik daar onvoldoende vooropleiding voor heb, gaat dat niet en daarom kies ik ervoor om kapster te worden maar het plan om die theaterwereld in te gaan, blijft. Zingen staat bovenaan mijn lijstje. Ik heb een jaar zangles gehad van zangcoach Ien Bouwmans; dat was erg fijn. Ik oefen nog elke dag, popsongs vooral. Soms komt mijn zusje vragen of ik op wil houden met zingen.

Aanstaande woensdag laten jullie alles hier achter je en reizen naar Montenegro.
Hoe vind je dat? En je vader, hoe vindt hij het?

Mijn eerste reactie was, vakantie! Leuk! Maar toen begon ik na te denken over wat ik zoal achter ging laten. Mijn vrienden bijvoorbeeld en mijn slaapkamer. Die kamer is echt mijn plekje, mijn saferoom, ik kan me daar terugtrekken. Ik vind het héél erg moeilijk om dat te moeten gaan missen. Nu alles ingepakt is en het huis werd verkocht, vind ik het allemaal wel even wennen. Dat er, als we weer terugkomen, andere mensen in ons huis wonen vind ik geen prettige gedachte.
Het gaan reizen vind ik leuk. Ook erg spannend.  Met vier mensen in de camper, het zal niet altijd helemaal goed gaan als je steeds op elkaars lip zit, denk ik. Ik wil ook graag mezelf terug kunnen trekken en blijven zingen. In Montenegro hoop ik nieuwe mensen te ontmoeten. Je kunt er jezelf verstaanbaar maken met Engels. Misschien kan ik er vrijwilligers werk doen. Ik zie wel. Mama zegt dat de eerste maand in elk geval gewoon vakantie is. Papa vindt het niet zo fijn dat we drie maanden weg gaan. Daar ga ik een paar keer in de week naar toe en dat gaan we missen.
Mijn broer heeft beloofd dat hij ons komt bezoeken. Meer mensen hebben dat beloofd. We hopen dat we daar een hele poos minder last hebben van al die coronaregels. Dat we weer lekker onszelf kunnen zijn, ons vrij kunnen voelen en dat we veel gaan zien. Steden kijken in Montenegro en Albanië. We hebben een grote camper met veel bergruimte, als het niet leuk is of zo rijden we gewoon verder, zegt mama. Ik heb hier in de Bredestraat mijn jeugd doorgebracht, dus dat ga ik echt wel missen maar ik ga ook nieuwe ervaringen op doen.

Wat hadden Roos en ik een ontzettend fijn gesprek en wat een spannende tijd gaat deze jonge vrouw tegemoet. Ik ben Roos oprecht dankbaar dat ze zo openhartig met me heeft gepraat en ik hoop dat zij en haar familie een dijk van een tijd tegemoet gaan.

Interview: Jeanine Hoedemakers
Foto’s: Pieter Spijkers

 

Tags

Interviews