In gesprek met Ans Janssen

Ik weet al jarenlang dat Ans Janssen bij me in de straat woont en lang bleef het daar bij. Gaandeweg ontstond er iets meer contact en daarmee groeide ook een zekere nieuwsgierigheid. Toen ik bij Ans aanbelde zei ik met een brede glimlach dat ik een vraag voor haar had van groot gewicht en even later zat ik tegenover haar aan tafel. Ans bleek net zo nieuwsgierig te zijn als ik.
Al bij binnenkomst viel mij op hoe anders de entree bij het huis van Ans is dan bij mijn huis, terwijl het eenzelfde huis is, ik was waarachtig even de weg kwijt. Ook viel me onmiddellijk de aanbouw op. Hier een vraag over stellen was niet nodig.
“Toen mijn man een hersenbloeding kreeg", vertelde Ans, “kon hij niet meer naar boven en een traplift was niet mogelijk omdat er boven en beneden te weinig ruimte was om een draai met de lift te maken. Daarom hebben we het op deze manier opgelost. Ik heb vijf jaar voor hem gezorgd. Tot het laatst aan toe konden we samen praten en dat is heel fijn geweest”. Hij is uiteindelijk in 1994 aan de hersenbloeding overleden.

We wonen al jarenlang vlakbij elkaar en toch hebben we pas sinds kort contact. Ik noemde je pas nog de stilste van de straat. Dit verbaast je helemaal niet?
“Bij elkaar in de straat wonen wil niet zeggen dat je dan ook meteen bij elkaar op visite gaat,” zegt Ans, “ik groet iedereen, ik heb fijne buren, meer hoeft voor mij niet. Als er een feest in de straat wordt gegeven dan ga ik daar niet heen, ik houd er niet zo van.” Op mijn vraag of ze graag op zichzelf is glimlacht ze. “Je bedoelt of ik graag in mijn coconnetje zit? Ja, dat is wel zo maar ik ontmoet ook graag mensen, alleen wonen mijn contacten niet hier in de straat. Toen wij hier pas woonden vond mijn man het geen goed idee om met de buurvrouwen om te gaan waarvan de mannen in hetzelfde bedrijf werkten als hij. Dit was vanwege zijn functie. Dat was ergens wel lastig, want ik herinner me bijvoorbeeld dat een van die vrouwen voorstelde om voortaan gezellig samen kleding te naaien. Op mijn nee werd ze boos. Dat was niet mijn bedoeling maar behalve dat ik rekening met de wens van mijn man wilde houden, deed ik dat gewoon liever alleen.
Er zijn mensen die vinden dat ik uit de hoogte doe, hoor ik wel eens terug. Jij vindt me de stilste van de straat.” “Ja,” spring ik hier even op in, “ in de zin van rustig, wat afstandelijk maar ook vriendelijk. Vind je het erg dat er zo over je gesproken wordt? ”   “Helemaal niet!,” zegt ze ferm.

Heb je altijd in Rosmalen gewoond?
“Nee, ik kom uit Breda en mijn man uit Limburg, we zijn hier terecht gekomen vanwege het werk van mijn man bij de PNEM. We wonen in dit huis sinds 1962. Ik wist meteen dat ik hier altijd wilde blijven wonen. Ik voelde me echt thuis. Aan de overkant van de straat was enkel weiland, er liepen koeien en iets verderop stonden kleine huisjes. Daar ging ik eieren en groente halen, bij van Lijssel was dat. Ook aan de achterkant van het huis was niks. Achter, waar nu de SNS bank is, zat slagerij van Zoggel. Als mijn dochter buiten in de box zat, kon mevrouw van Zoggel dat vanuit haar winkel zien, hier maakte ze eens een opmerking over. Coppens zat er met een winkel in huishoudelijke artikelen en verder niks. Mijn man heeft wel eens willen verhuizen maar ik wilde dat echt niet. De liefde bracht ons naar Rosmalen en zorgde er ook voor dat we in dit huis bleven wonen.”

Al vanaf 1962, dat is een hele tijd, wat waren zoal je hobby’s en bezigheden?
“Naast de opvoeding van mijn twee kinderen, een zoon en een dochter, zat ik 11 jaar in het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen als vicevoorzitter. We bezochten lezingen en vandaaruit kwam ik in het bestuur van de Sociale Woningbouw terecht, als penningmeester.  We hadden daar ook een toneelclubje opgericht en soms traden we op. Ik had een keer een rol als klein meisje. Het bruidsjurkje ligt nog ergens op zolder. We traden niet voor publiek op hoor, enkel voor de andere leden.

Tuinieren is ook echt een hobby van me en kantklossen, zelf kleding naaien.” Ans haar ogen gaan glinsteren; “ Reizen, dat heb ik ook altijd heel graag gedaan. Met het gezin naar Frankrijk of binnen Nederland. Over de hele wereld hebben we gereisd . Ook na het overlijden van mijn man.
Rusland, Mexico, Guatemala, Honduras, Indonesië, Thailand, Sicilië, Amerika, de Noordkaap en ook Schotland en Engeland. Soms bleven we een maand weg, of drie weken, soms twee weken.  De laatste reis samen met mijn man was naar Indonesië en Thailand. Van alle landen die we bezochten vond ik Rusland het allermooiste.
Wat een schitterend land is dat, er is zoveel cultuur. 

De bouwstijl, die moskeeën, prachtig.”

Je zoon woont in Chili, vind je dat niet erg? Heeft hij de reislust  van jou? Nee ook van zijn vader. 
“Je moet je kinderen los kunnen laten. Hij werkt er bij de ambassade. Met enige regelmaat laat hij bloemen bezorgen en hij komt, als dat kan, tweemaal per jaar naar huis. Nu heb ik hem, vanwege corona, al twee jaar niet gezien. Mijn dochter en kleinkinderen wonen dichtbij, die zie ik gelukkig vaker maar ook met mijn zoon heb ik een fijn contact. De reislust heeft hij van zijn vader .”

Als Ans vraagt of ik nu klaar ben met vragen stellen moeten we allebei lachen.
Ik vermoed dat ze het mooi geweest vond en dat was het ook wel.
We hadden een buitengewoon plezierig gesprek en ik vind het oprecht fijn dat ik aan heb durven bellen om mevrouw Janssen, zo ik haar tot voor kort noemde, te vragen voor dit interview.

interview: Jeanine Hoedemakers

fotografie : Pieter Spijkers