In gesprek met molenaar René Vogels

Tien jaar geleden nam René Vogels afscheid als molenaar. Ruim dertig jaar lang was hij als vrijwilliger betrokken bij de Standerdmolen in Rosmalen in de Molenstraat. Hij voelt zich nog altijd molenaar en kan er vol vuur over vertellen. Henk Langenhuijsen zocht hem op.

Geffen

René Vogels (Tilburg, 1944) woont in Geffen en zijn straat heet Rosmolen. Dat kan bijna geen toeval zijn, maar dat is het wel. Hij heeft in dit dorp lange tijd in een huis aan de Papendijk gewoond, dat hij op 24-jarige leeftijd zelf ontworpen heeft en nu heeft ingeruild voor een kleinere woning dat eens van zijn zoon was. Zijn vrouw Gwenn Conner is beeldend kunstenaar en werkt graag met klei en steen en dat is rondom het huis en binnen te zien.

“Hier in Geffen is het begonnen,” vertelt René. “In 1976 werd hier een houten molen herbouwd, standerdmolen De Vlijt, die ik vanaf mijn huis kon zien.

Er kwam toen een geweldig driedaags feest, dat daarna ieder jaar als Effe noar Geffe terugkeerde. Ik vond het prachtig, liep in het trouwpak van mijn vader en met klompen rond en genoot enorm.Maar wat mijn leven zou bepalen, was het beklimmen van die molen. Ik stond op de trap en die bewoog door de enorme windkracht en het leek alsof ik in een zeilboot stond en door de golven gleed. Ik hield van zeilen en dat gevoel van de wind in de zeilen, die oerkracht, pakte me en liet me niet meer los.”
 

De molen had al molenaars, maar in zijn woonplaats moest er nog een molen verplaatst en gerestaureerd worden.

Dat was De Zeldenrust, eveneens een standerdmolen. “Toen ik informeerde of ik er molenaar mocht worden, bleek dat twee vrienden uit mijn zangkoor mij voor waren geweest en viste ik achter het net. Vervolgens kwam er toch weer plaats bij De Vlijt  en ben ik lid geworden van de gilde van molenaars en ben gestart met mijn opleiding. Omdat ik in Rosmalen werkte, maar die molen niet goed kende, heb ik er geïnformeerd naar de mogelijkheden.” In de jaren zeventig werkte hij als leraar gymnastiek bij de Sparrenburg-mavo; later werd hij leerlingbegeleider en decaan bij het Koning Willem I College. In Rosmalen stond hij samen met anderen aan de wieg van basketbalclub The Black Eagles en was jarenlang trainer van onder meer het hoogste damesteam.

Rosmalen

“Ik vond het een interessante molen, maar er gebeurde niet veel mee,” vertelt hij. “Ik had al snel een klik met de buurt, had ook ingangen bij de gemeente Rosmalen die eigenaar was en er was zelfs een burgemeester die Molenaar heette. Dus trok ik de stoute schoenen aan en benaderde de gemeente met een voorstel om de molen te onderhouden en bezoekers te ontvangen. Ik vond het geweldig die rond te leiden en kinderen de kracht en betovering van de molen te laten ervaren.” Hij slaagde erin de gemeente te overtuigen om ieder jaar geld te reserveren voor restauratiewerkzaamheden die vervolgens met tussenpozen werden uitgevoerd, waardoor de molen er zichtbaar op vooruit ging.

In 1984 behaalde hij zijn ‘Getuigschrift’ als zelfstandig molenaar. De Rosmalense molenaar Jan Wengelaar was er niet zo vaak en liet de molen amper draaien. Eigenlijk niemand in het dorp liep trouwens warm voor dat gevaarlijke ding, waarin de jeugd soms naar boven klom, maar René zag het helemaal zitten en wilde met enige regelmaat gaan draaien. “Stilstand is de dood voor de molen”, liet hij in een interview met het Brabants Dagblad optekenen. Op 1 februari 1986 startte officieel zijn benoeming als molenaar en in zijn eerste jaar al mocht hij 250 bezoekers ontvangen, mede dankzij een uitgebreid activiteitenplan. “In die jaren bouwde ik een goede relatie op met betrokken ambtenaren die volop meedachten, ook bijvoorbeeld wat betreft veiligheid, en leerde ik Coppes, molenmaker uit Bergharen, heel goed kennen. Dit bedrijf heeft veel voor de molen gedaan.”

In de beginperiode was René ook nog even molenaar in Lith en combineerde dat met Rosmalen. Ook heeft hij een tijd graan gemalen. “Ik haalde dat uit Groesbeek en heb het een paar jaar gedaan. Helaas bleef ik te vaak met meel zitten en dus kostte het me geld. Er kwamen te weinig mensen naar de molen om meel te kopen. Daarom ben ik ermee gestopt en werd het een demonstatiemolen. En dat is fantastisch gelukt.”

Inspiratie

In de jaren die volgden heeft René veel molenliefhebbers geïnspireerd en andere molenaars, onder wie Piet Lemmens en Frans Hollander, opgeleid. Laatstgenoemde is zijn opvolger geworden. René: “Een echte vakman, een techneut met veel verstand van de molen, die op zijn beurt weer onder anderen Erwin Verzandvoort als molengids onder zijn hoede heeft. Piet Lemmens is helaas in 2021 overleden.” Daarnaast deelde hij meer dan 20 jaar zijn kennis als docent Boschlogie en zette hij zich in voor de herbouw van een molen in Den Bosch langs de stadswal, die er tot zijn teleurstelling nooit is gekomen.

 

René heeft zich ook ingezet om de grote molenstenen die er eerst stonden, maar daar helemaal niet hoorden, een nieuwe functie te geven samen met Piet Lemmens. 
Die hoorden bij een andere molen in de Gele Hoeve, een zogenaamde rosoliemolen, door een paard (ros) aangedreven met de bedoeling olie uit granen  en zaden te winnen. In 2011 vond de onthulling plaats van 'Monument Kollergang Rosoliemolen', zichtbaar vanaf de Graafsebaan.

In 2018, na zijn afscheid, verscheen ‘De Molens van Rosmalen’, een fraai geïllustreerd en informatief boek, waarin hij uitgebreid over ‘zijn’ molen verhaalt en ook anderen aan het woord laat, omdat in het dorp meerdere molens zijn geweest.
“Mijn zeven kleinkinderen hebben allemaal een boek gekregen en daarin schreef ik: wie zich in zijn passie verliest, is minder verloren dan wie zijn passie verliest.” Van dit boek met als ondertitel ‘Zeven eeuwen malen voor boer, bakker en burger’ zijn nog enkele exemplaren over. Nu de Vereniging Vrienden van de Molens van ’s-Hertogenbosch is opgeheven zijn die onder meer naar boekhandel De Omslag aan de Driesprong gegaan. “Daar zijn ze nu weer te koop, zo lang de voorraad strekt. De opbrengst van de boeken gaat naar de Rosmalense en Vinkelse Molen en is bestemd voor educatie,” verduidelijkt hij.

Jubileum

Soms fantaseert René al over 2032. “Dan staat de molen 300 jaar in de Molenhoek. Dat moet toch groots gevierd worden! Misschien geen drie dagen zoals in Geffen, maar je kunt het niet zo maar voorbij laten gaan.” Er is momenteel niets bij de molen dat nog aan deze molenaar herinnert. Tip: zijn vrouw heeft ooit van zijn hoofd een prachtige kop van klei gemaakt. Die kan buiten in weer en wind staan. Wordt vervolgd dus…… Lees meer  Bekijk deze website  of bekijk het artikel op DTV en zie het fotoalbum De molen

 


Geplaatst op: Maandag 26 januari 2026

Tags

Molen

Tags

Nieuws