De Bossche School in de Molenhoek

door Ton Graus

Een aantal jaren terug uitte de toenmalige directeur Stadsontwikkeling zijn wens om een keer een Bossche School-wijk te bouwen. Wijkbewoner Ton Graus wees hem op het bestaan van zo’n wijk in de Gele Hoeve te Rosmalen. Hij voegde daar toen aan toe: “Wellicht zinnig om toezicht te houden op hoe daar bijvoorbeeld bij verbouwingen met dit erfgoed omgegaan wordt.” Uit de reactie van genoemde directeur leidde Ton af dat hij niet wist dat in zijn gemeente zo’n wijk al bestond.


De naam ‘Bossche School’ kent in de wereld van de bouwstijlen en architectuur-stromingen een hele voorgeschiedenis. In dit artikel wordt de naam gebruikt als een zelfstandige architectuurstijl, die heeft geleid tot huizen en gebouwen met zichtbare en niet direct zichtbare gemeenschappelijke kenmerken.                                           


De bouwstijl is, naar analogie van de Delftse School, genoemd naar de stad waarin de Cursus Kerkelijke Architectuur
in de jaren 1948 tot 1974 gegeven werd, namelijk
in het 
Kruithuis 
te ’s-Hertogenbosch.


De cursus was opgezet om de wederopbouw en bouw van kerken in Nederland na de Tweede Wereldoorlog impulsen en sturing te geven. De studieleider van de cursus destijds, was Nico van der Laan (1908-1986), architect. De cursus werd steeds meer gebaseerd op de bouwtheorieën van zijn broer, de Benedictijn dom Hans van der Laan (1904-1991), die tevens als docent optrad.De theorieën van Hans van der Laan zijn o.a. te-boek gesteld in ‘Het Plastisch Getal’ (1965/1967) en ‘De Architectonische Ruimte’ (1976/1977). Centraal in deze theorie staat de verhoudingenleer van Het Plastisch Getal. Er wordt niet uitgegaan van absolute maten, maar de verhoudingen tussen maten zijn van essentieel  belang. Een samenhangend stelsel van driedimensionale maten, dat op menselijke waarneming is afgestemd. Harmonieuze verhoudingen van afmetingen in ruimte, vorm en grootte spelen daarin een bepalende rol.


De kern van deze architectuur is het tot stand brengen van een besloten ruimte en van onderlinge samenhang van alle onderdelen binnen het geheel.

 

 


Evenwichtige maat-verhoudingen volgens
Het Plastisch Getal.

De toepassing van
die verhoudingenleer
is voor mensen
niet direct zichtbaar

maar wel te beleven.

Wel zichtbaar zijn gemeenschappelijke uiterlijke kenmerken, die de huizen vertonen
als resultaat van bewuste materiaalkeuze, kleurstelling en vormgeving:

  • diepgeplaatste ramen met zichtbare dagkanten om de muurdikte te benadrukken
  • vloeren van gewassen grind in cement
  • horizontalisme benadrukt door speklagen of gebruik van zichtbare lateien
  • holle en bolle dakpannen langs dakranden
  • afwerking zodanig dat de constructie van het gebouw herkenbaar blijft
  • speelse overgangen van binnen- en buitenruimten
  • massieve, volumineuze en eenvoudige vormen
  • gebruik van handvorm baksteen met direct afgestreken brede voegen
  • zichtbare combinaties van baksteen en gewapend beton
  • fijn geprofileerde stalen ramen
  • harmonie in kleuren en materialen
  • spaarzame decoratie.

Een schoolvoorbeeld
van deze bouwstijl staat in de
Kennedylaan: 
een huis van de han
d
van architect
Tom Senders
van
Architectenbureau Wijnen en Senders *)

 

De Bossche School in de Gele Hoeve / wijk Molenhoek
Begin jaren 70 vorige eeuw stelt de Maatschappij voor Stadsontwikkeling
van Jacq. Stienstra het uitbreidingsplan 'Villapark Gele Hoeve' op.
Een team van architecten werd gevormd en uitgenodigd daaraan invulling te geven:
- de gebroeders H. en J.H. van de Berg uit Eindhoven;
- W.J.J. Croonen, tevens teamleider, uit ‘s-Hertogenbosch;
- W.P. en H.P.F. de Graaf uit ’s-Hertogenbosch;
- H.L. Mens en J.G. Pruyn uit Vught;
- Joh. Visser uit Tilburg en
- G.M.C. Wijnen*) uit Den Bosch.
Voor tuin- en landschapsarchitect P.A.M. Buys uit Vught, 
was eveneens een belangrijke rol weggelegd.

180 Villa’s, onderscheiden in een 20-tal types,  ontworpen in een samen-hangende architectuur met sympathie voor de ‘Bossche School’ en de daarbij 
passende materiaalkeuzes en kleurstelling**). 25% van het grondoppervlak wordt bebouwd; 75% wordt bestemd voor straten, tuinen en gemeenschappelijk groen.


De informele buitenruimte
wordt ingevuld
als een parkbos,
zonder trottoirs,
maar met tuinen,
die doorlopen
tot 
aan
de
klinkerstraten.


 

Het voetpad wordt
van
 de rijweg gescheiden
door bomen.

Een vlakke overgang
van de openbare weg
naar privéterreinen.

 

 


Langs het spoor

een parkzone
met vijver en heuvel.


In de Kennedylaan
als groenvoorziening
een bomen
zone
richting molen
en omgeving.



De middenstrook
in de
Michiel de Ruyterlaan
is ingericht
als informele parkeermogelijkheid

 



In de Molenhoek, met name in de Gele Hoeve, zijn volgens de principes van 
de Bossche School of daarmee ‘sympathiserend’ vele woonhuizen en gebouwen gerealiseerd. De bijlage Inventarisatie, is mede gebaseerd op ‘Gebouwen van Het Plastisch Getal, een lexicon van de Bossche School’ (auteurs Hilde de Haan en Ids Haagsma, Haarlem 2010, blz.241).De overgrote meerderheid van de huizen in de Molenhoek Noord-West, het gebied tussen Molenstraat, Burgemeester Mazairaclaan en de spoorlijn, is in enigerlei mate te rekenen tot de Bossche School; met recht kan gesproken worden van een Bossche Schoolwijk.

Tot slot: buiten de Molenhoek, wel in Rosmalen worden ook nog vermeld: 

  • Hoff van Hollandlaan 1, gemeentehuis, 1970/1987, in fasen, Nico van der Laan, Harry van Hal, Hans van der Laan jr.; 1995 renovatie en uitbreiding met theater en bibliotheek, Jonkman Klinkhamer
  • Larikslaan, woonhuis, 2008/2009, Hans van der Laan; ‘tot in detail plastisch getal’

*) Architectenbureau Gerard Wijnen ging vanaf 1 januari 1979 op in Architectenbureau Wijnen en Senders. Dit werd vanaf 1985 Architectenbureau De Twee Snoeken.
**) in de loop der jaren is er op enkele plaatsen inbreuk gemaakt op het concept door vormveranderingen, gebruik van afwijkende materialen en schilderen van gevelstenen.               


Rosmalen, 17.8.2020